216 | Ceifer
    05
    JAN
    2017

    Wij kennen Jos Sluijs van onze jaarlijkse buitenlandse PE-reizen, waarvan hij een vaste deelnemer is. Jos is met zijn kantoor Ceifer te Zeist gespecialiseerd in de medische sector. Het Ministerie van Financiën kondigde vanwege de zogenoemde integrale bekostiging aan het fiscale ondernemerschap van aan ziekenhuizen verbonden medisch specialisten niet langer te accepteren. Feitelijk zou sprake zijn van dienstbetrekkingen. Dit heeft geleid tot massale omzettingen in bv’s en het optuigen van onzalige coöp-structuren. Een kostbare oplossing voor de sector. Jos heeft van stond of aan tegen de zienswijze van de fiscus geopponeerd. Het klakkeloos akkoord gaan met dictaten van hogerhand ligt niet in zijn aard.

    Jos Sluijs“De Federatie voorheen De Orde van Medisch Specialisten heeft advies ingewonnen van Deloitte en PWC. Daarmee hebben zij feitelijk de échte adviseurs van de medisch specialisten buiten de deur gehouden. Het achterliggende doel van de actie van het Ministerie van Financiën is medisch specialisten in loondienst te krijgen. Zo probeert men greep te krijgen op de kosten. De politiek en het ministerie vergissen zich daarin in mijn optiek en de discussie werkt contraproductief. De maatschappelijke opvatting leidt tot kostenstijging. Een voorbeeld daarvan is de reclame over brillen. Men heeft recht op twee brillen ongeacht of men die nodig heeft. Zorg moet een voorrecht zijn en geen recht. Ook wil men de medisch specialisten onder de normering topinkomens krijgen. Door de gekozen structuren is het ondernemerschap vooralsnog veilig gesteld. Maar ik voorspel dat de fiscus met het standpunt gaat komen dat de medisch specialisten in dienst zijn van de coöperaties. Nu zijn afspraken over het ondernemerschap mede gebaseerd op het feitelijke drijven van een onderneming in de coöperatie. Het overhevelen van ondernemersactiviteiten naar de coöperatie holt het ondernemerschap in de vakgroep, organisatorische eenheid dan wel de persoonlijke vennootschap uit. In toekomst denk ik dat door de structuur zal worden heen gekeken.”

    “Wat men heeft gemist, is dat er sprake was van “stille” stafmaatschappen met personeel. De oplossing was geweest om deze openbaar te maken. Het is merkwaardig dat dit niet is gezien. De Belastingdienst heeft mij gezegd dat dit hun nooit is voorgelegd. Aan de maatschap had je gewoon je ondernemersactiviteiten, risico’s en investeringswensen moeten preciseren op basis van de steeds veranderende zorgvraag. Dan was je klaar geweest.”

    “Bij de ontkenning van het ondernemerschap wijst de fiscus ook op het ontbreken van debiteurenrisico. Feitelijk heeft de medisch specialist maar één debiteur: het ziekenhuis. We kijken niet meer vreemd op als een ziekenhuis omvalt. Mijn stelling is dat er daarom juist sprake is van een groot debiteurenrisico.”

    Jos wijst erop dat het participatiemodel, waarbij een volle participatie met het ziekenhuis wordt aangegaan, niet realistisch is. Hij meldt dat de gemiddelde solvabiliteit van ziekenhuizen 2% bedraagt. Welke ondernemer wil met zo’n partij vanuit financieel opzicht een vof aangaan? Bovendien lopen de ziekenhuizen qua financiering aan de leiband van de zorgverzekeraars.

    “We discussiëren met de Belastingdienst over de exacte voorwaarden voor het ondernemerschap. De fiscus vindt dat een investering in een auto, goodwill en een laptop geen ondernemerschap oplevert. De redenering is dat deze zaken niets te maken hebben met de medische praktijk. Wat de goodwill betreft, stelt men dat het een ordinaire inkoop van inkomen is en geen investering in een praktijk. De ontkenning van het ondernemerschap is in strijd met het fysiotherapeutenarrest en het prostitutiearrest. De fiscus wil eigenlijk niet procederen, omdat ze blijkbaar bang zijn voor precedenten. Toen wij na uitgebreid overleg stelden dat we dan maar de zaak aan de rechter moesten voorleggen, gingen ze opeens bewegen.”

    Jos is om het zacht uit te drukken gaan fan van de coöp-structuren. Deze zijn in zijn ogen vanuit voorkomen van loondienst overbodig. Hij ontmoet hierbij uit de sector reacties in de trant van ‘Deloitte VvAA en PWC hebben dat geadviseerd, die zullen het toch wel weten!’. Zijn motto is dat je als adviseur zelf moeten blijven nadenken. Hij weet te vertellen dat men met de overgang terug naar een maatschapstructuur tussen de 1 miljoen en 2,5 miljoen euro op jaarbasis kan besparen aan kosten en heffingen. Hij is doende verschillende coöp-structuren op te doeken. Volgens Jos heeft de coöperatie in het het bewustzijnsproces over de veranderende zorg en de rol van de medisch specialist haar tijdelijke meerwaarde gehad.

    “De ziekenhuizen vonden het trouwens wel handig om één juridisch aanspreekpunt te hebben, te weten de coöp. Of de coöperatie daar vanuit financieel aspect nu het beste model voor was, is zeer de vraag. Dit blijkt wel uit de praktijk bij de transparante modellen. Ook vanuit juridische overwegingen kun je grote vraagtekens zetten of de coöperatie het geëigende model is in de medische praktijk. Cliënten hebben gedwaald en de Belastingdienst is hier mede schuldig aan.

    De onderhavige problematiek speelt eigenlijk in de hele medische sector. Te denken valt aan de zelfstandige verplegers, die via bureaus werken. De fiscus zit op de lijn van row. Te denken valt verder aan de tandartsen , huisartsen en fysiotherapeuten die in een praktijk van iemand anders werken.

    “Wij merken inderdaad dat de fiscus het row-standpunt heeft omarmd. Dat is denk ik niet terecht. Als je naar de wetsgeschiedenis kijkt, zie je dat row is bedoeld voor bijverdiensten en geïsoleerde winstgevende activiteiten. Niet voor activiteiten waarmee vrije beroepers in hun levensonderhoud voorzien. Wij zijn in samenwerking met de Associatie van Nederlandse Tandartsen met de fiscus in overleg over een nieuw samenwerkingsmodel om het ondernemerschap te borgen. De Wet DBA speelt hier doorheen. Als oplossing hebben wij bedacht de tandartsen te laten participeren in het economisch eigendom van de praktijk.”

    Er is veel aan de hand in de medische sector. Onzekerheid en onduidelijkheid zijn troef. Eén van de zorgen van de medische professional is de fiscaliteit. Een adviseur die kan overtuigen en boven de stof staat, is meer dan ooit nodig. Aan Jos Sluijs zal het niet liggen. Hij draagt duidelijke standpunten uit en neemt zijn cliënten bij de hand. Dat zouden meer adviseurs moeten doen.

    Interview MFAS/Meijer Fiscale Adviessystemen bv – www.mfas.nl

    Reageer

    *